loading

Dirk Lauwaert

 

Wilfried Vandenhove, "Mexicaans fotograaf". In dat land heeft hij, nee, niet wortel geschoten, maar zijn model gevonden. Ik weet trouwens niet of hij uiteindelijk ook van het land houdt. Dat er al vele jaren geen mensen meer in zijn beelden voorkomen, is veelzeggend.
Hij zit wel vaker in een stad, maar fotografeert hij ze ook, herkenbaar, met een centrum, machtig, rijk, monumentaal? Ik heb Mexico-stad in zijn werk nooit gezien. Niet de Stad, wel de Wijk, een wijk. In zichzelf gevangen, geen vrede vindend met zichzelf. Frustratie, rancune in stoffige straten, onverzorgde tuintjes – Robert Frank maakte daar decennia terug meesterlijke opnames van.
Is hij landschapsfotograaf? In Mexico fotograferen is voor hem in een auto stappen vol camera’s en benzine. Truckers naast hem, kapotgescheurde banden, zand. Vooruit! Dagenlang opgesloten in een troosteloos avontuur. Het landschap dat zijn natuurlijke habitat lijkt, fotografeert hij met de rug er naar toe. Hoe breed ook zijn panorama, hij omhelst er niet mee. Hij zit geen ogenblik in het landschap, zoals zelfs Robert Adams. Zijn blik op het landschap is onbarmhartig. Eerder: you bore me.
Ik vraag hem of hij een oordeel wil vellen. Over het land, de armoede, de wanorde. Nee, zegt hij, ik maak mijn foto’s nooit om te oordelen. Dat heeft gevolgen. Welk kader maak je dan, welk onderwerp kies je? Als je niet door een oordeel en dus door waarden wordt gestuurd, bieden kaders geen houvast. Noch voor de fotograaf en zeker niet voor ons, kijkers. Ik kan deze beelden nog het best beschrijven als "ontwortelde foto’s". Dat is nooit aangenaam, altijd destabiliserend. Het is alsof taal (fotografisch, moreel, esthetisch) langzaam afbrokkelt. Dat is het laboratorium, de mentale donkere kamer, waarin Vandenhove experimenteert. Steeds op de rand.
Talloze fotografen zijn op de lokroep van het verre ingegaan. Bijna altijd om zichzelf daar te kunnen vinden, in een wonderlijkgesprek met het vreemde waarmee ze zich met zichzelf proberen te verzoenen. "In" het landschap, "in" dialoog. De grote solidariteit tussen het vreemde, de natuur en zichzelf.
Vandenhove vertelt niet over zijn tochten, zijn ervaringen. Hij is niet autobiografisch, eerder anti-biografisch. Vreemd, zegt hij, slechts een ogenblik lang geïnteresseerd. Dan zakt hij weer weg in blinde afwezigheid. De camera neemt het van hem over. Hijwil een beeld maken, niet in de wereld zijn. De camera ruikt niet, tast niet, ziet zelfs niet. Het donker gat waarin alles met een zucht verdwijnt.
Stel je de eerste stap van Columbus voor op deze onbekende grond. Stel dat hij zo van die stap geniet dat hij hem steeds weer wil herhalen. De filmtruc met het voor- en achteruit spoelen. Stel dat hij nooit een tweede stap wil zetten en zeker geen derde. Want met iedere volgende stap schraapt hij die eerste weg. Zoiets gebeurt hier. De fotograaf geraakt maar niet vertrouwd, wil het ook niet. Nooit wordt hij het gewoon, nooit leert hij iets.
Zijn auto is een klein spaceship dat met tientallen camera’s en sensoren over het oppervlak van een planeet vliegt. In een silent noise vol anonieme, kille, mechanische schoonheid die ons niet – nooit – nodig heeft. Zoals Mexico nooit om deze fotograaf heeft gevraagd. Is niet alle fotografie eigenlijk dat: a voice in the void?
Hij reist voortdurend van hier naar daar. Hier is hij telkens maar voorlopig. Een vast verblijf heeft hij niet.
Die verhouding zonder naam (een verhouding waarover men niet spreekt, niet kan spreken) verbaast me. Hoe slaat zoiets neer in beelden? Hoe slaat dat neer bij de kijkers hier? Ook nu een kruisbeweging: als kijker ben je hier en kijk je naar daar. Die reis kost me wat aan verbeelding (zelf heb ik niets met Mexico, hoogstens met Ribera en Cartier- Bresson, met Eisenstein en Bravo). Een kostelijke psychische reis! Niet bepaald aan dumpprijzen!
Vandenhove maakt, hoe breed ook zijn panorama’s (nog breder! nog breder! ), "ongewortelde" opnames. In zijn beelden kan de misplaatste toeristische nieuwsgierigheid, het exotisme en de dubieuze belangstelling voor mensen zich niet nestelen. Een zin van hem in de trant van: ik heb geen oordeel, geen emotie bij wat ik zie, verklaart veel. Hij is toevallig daar, maar niet geïnteresseerd. Onthechting. Hoe krachtig de kaders vaak zijn, ze drukken en leggen niets uit, ze analyseren en verheerlijken niet. In zijn wagen volgestouwd met camera’s in aanslag, zit hij als in een capsule, zoals Columbus op zijn kraak.
Zijn camera is al lang niet meer het verlengde van het oog, het lichaam en het hart. Hij is er bijna de ontkenning ervan. Don’t touch me. Ontroer mij vooral niet. Maar ook iets als: leg me niets uit, verklaar je niet, doe mij niets begrijpen. Dit werk van een vaak krachtige schoonheid is schokkend, zoals foto’s van het oppervlak van een planeet dat zijn. Het is zoals alle fotografie die er sinds een halve eeuw toe doet de exploratie van afstand, van niet gewenste intimiteit. De titel zegt het allemaal: in het getrommel van de wind door het open raam van zijn snel rijdende wagen is er een explosie van geluid die samenvalt met stilte. Maar dat is het wezen zelf van de fotografie.
Mexico. In dat Latijns-Amerikaanse land heeft hij, nee, niet wortel geschoten, maar zijn model gevonden. Het gaat de schilder, de fotograaf niet om haar als geliefde, maar om haar als beweging. Als houding, uitdrukking, vorm waar hij iets, nee, alles mee kan doen.
Om de zoveel maanden keert hij naar hier terug. Hoe noemt en voelt hij dat wat voor ons "hier" is? Hier fotografeert hij niet, zijn instrumenten hebben hier geen bestaansreden. Hier praat hij, vraagt hij oordeel, zoekt hij steun. Mexico is daar ontoereikend voor. Het probleem is dan: voor wie maak je deze beelden? Voor hier? Voor daar? Waar is zijn adres, zijn publiek? Een vervelende situatie. Tussen het exotisme voor ons en de vreemde blik voor hen ginder, zweeft de ongrijpbaarheid van zijn werk.
Wat hij meemaakt en niet begrijpt, daarover vertelt hij uitvoerig, maar hij maakt er geen foto’s van. Hij is (op één serie na) nooit “in” Mexico geweest. Jaren van bezoek hebben niets kunnen overbruggen. Hij doet niet alsof hij meeleeft, een gemeenschappelijke menselijkheid met de bewoners deelt. Zijn werk is gevoelloos. Nee, zegt hij, wat ik zie brengt niets in mij teweeg.
Om deze beelden echt te zien, moet je die zin maar ernstig nemen.
Dirk Lauwaert
< back
<< homepage